(Verschenen op Frontaal Naakt)

Ondanks dat ik in mijn jonge jaren zelf de nodige pilletjes heb geslikt, lijkt een hardere aanpak van de internationale handel in synthetische drugs als ecstacy, zoals onlangs is voorgesteld door minister Grapperhaus van het CDA, mij een goede zaak.

De redenen om de ‘war on drugs’ nieuw leven in te blazen zijn, zoals bekend, de toegenomen zware criminaliteit en de ontwrichtende werking die dat op de samenleving heeft. Gerommel aan de achterkant van coffeeshops is misschien nog tot daar aan toe, maar afgehakte hoofden op de stoep zouden zelfs voor de meest verruimde geest een brug te ver moeten zijn.

Maar voordat we één en ander recht kunnen gaan zetten dienen er eerst wat misverstanden uit de wereld geholpen te worden.

Van de twintig pillen die er in Nederland geproduceerd worden verdwijnen er momenteel negentien naar het buitenland, dus of dat overgebleven pilletje nu wel of niet in Nederland geslikt wordt zal weinig verschil maken. Toch wordt momenteel de recreatieve binnenlandse gebruiker publiekelijk medeverantwoordelijk gesteld voor de hierboven beschreven ellende. Dit is één van de tactieken die wordt ingezet teneinde emotioneel draagvlak voor zwaardere repressie te creëren. En daar men, al dan niet terecht, vermoedt dat ecstacy vooral in progressieve kringen populair is, benadrukt men vooral ook de ecologische schade die de productie ervan met zich meebrengt. Een sluwe meesterzet, al riskeert men zo wel het risico van precedentwerking. De gebruiker draagt verantwoordelijkheid, zeker, maar hij is natuurlijk niet de enige.

Want als de gebruiker medeverantwoordelijk is voor de problemen die de ecstacyproductie geeft, waarom dan ook niet alle andere partijen die profiteren van het gebruik van ecstacy? Voor de grap zou eens uitgerekend moeten worden wat dertig jaar ‘dance’ de Nederlandse economie heeft opgeleverd. Zonder ecstacy zou de house-revolutie in Europa, zo eind jaren tachtig, nooit hebben plaatsgevonden op de schaal van toen, en iedereen die ooit een goede ecstacy-ervaring op een house-party heeft gehad weet waarom.

Zonder deze party-drug geen Nederlandse house, geen gabber, geen trance en uiteindelijk dus ook geen ‘EDM’, de hypercommerciële McDonalds-variant die momenteel triomfen viert in stadions van Santiago tot Ulaanbaatar. Zonder pillen geen ‘Poing’ op nummer één in de top-40, geen Sinterklaasliedjes op pompende house-beats en geen dj-cursussen voor kinderen. Zonder ecstacy geen Tiësto of Marvin Garrix, geen ID&T, geen afgeladen stadions, festivals of Amsterdam Dance Events, en zonder deze illegaal geproduceerde chemische harddrug geen Armin van Buuren die optreedt voor het koninklijk gezin. Waarom denkt u eigenlijk dat trance, Nederlands succesvolste muzikale exportproduct sinds de Vogeltjesdans, ‘trance’ genoemd wordt?

Waar de eerste feestjes zonder winstoogmerk in gekraakte loodsen of obscure clubs werden gegeven, betreft het nu een miljoenenbusiness, met Nederlandse bedrijven die over de hele wereld evenementen organiseren, voor tienduizenden tegelijk. Nederland heeft misschien wel de meest lucratieve dance-industrie ter wereld en iedereen die, direct of indirect, geld verdient aan dance is medeplichtig aan de hedendaagse drugs-ellende, en eigenlijk dank verschuldigd aan de dealers en producenten die het vuile voorwerk voor hen verrichten.

Uiteraard zijn er ook genoeg invloedrijke dj’s, muzikanten en party-gangers die nooit ecstacy gebruiken of gebruikt hebben; zeker niet iedereen heeft een pilletje nodig om house te kunnen waarderen, om de essentie ervan te begrijpen, of om de energie te kunnen voelen; kortom om te begrijpen waar de ‘smiley’ symbool voor staat.

Het gebruik ervan is desallnietemin een katalysator van jewelste geweest en heeft de cultuur van de jaren negentig diepgaand beïnvloed, evenals de evolutie van de muziek zelf, al ging er met elke schaalvergroting wel iets van het oorspronkelijke gevoel verloren.

Maar het lijdt geen twijfel dat de hedendaagse dance zonder ecstacy een fundamenteel ander gezicht zou hebben: zij verhoudt zich tot ecstacy zoals reggae zich tot marihuana verhoudt.

De belangrijkste groep verantwoordelijken wordt door de machthebbers echter steevast buiten beschouwing gelaten. Niet de gebruikers, maar de puriteinen die drank & drugs keer op keer verboden hebben, zijn primair verantwoordelijk voor de honderdduizenden slachtoffers die gevallen zijn als gevolg van hun ideologisch en politiek gemotiveerde, totaal zinloze en contraproductieve repressie. Met name president Richard Nixon valt veel te verwijten: de verwoestingen die het gevolg zijn van de door hem in 1971 ontketende ‘war on drugs’ gaan het voorstellingsvermogen ver te boven.

Ongeacht wat voor berekening je erop loslaat, liggen de slachtofferaantallen bij criminalisering altijd hoger dan wanneer drugs niet gecriminaliseerd zouden zijn, zelfs als het gebruik ervan na legalisering toe zou nemen. Dat dit laatste onvermijdelijk is valt overigens nog te bezien. Gebruik door de jeugd zou, net als met alcohol, ontmoedigd moeten worden, maar de meeste gebruikers gaan redelijk verstandig met ecstacy om en beperken zich tot incidenteel gebruik.

In 1988 belandde ecstacy in Nederland op de opiumwet. Niet zozeer omdat experts grote risico’s voor de volksgezondheid vreesden, maar vooral omdat door de Verenigde Staten op een verbod werd aangedrongen. Inmiddels zijn we dus in de absurde situatie beland, waarin minister Grapperhaus de gevolgen van het verbod gebruikt als argument voor uitbreiding van het verbod. Dat er aan de huidige en onbeheersbare criminaliteit iets gedaan moeten worden staat buiten kijf, maar daarnaast vermoed ik vooral dat de minister deze drugs de wereld uit wil hebben omdat ze niet in zijn wereldbeeld passen.

Maar goed, de schuldvraag mag dan wel op drogredenen gebaseerd zijn; daar fijntjes op wijzen lost de problemen natuurlijk niet op. Daarom ben ik voorstander van, inderdaad, een tijdelijke intensivering van de war on drugs, teneinde de internationale handel te beteugelen en de overlast voor de samenleving terug te dringen. In het verleden is dat al eerder gelukt, onder andere door bijvoorbeeld de aanvoer van grondstoffen te bemoeilijken, en zo zijn er vast meer slimmigheidjes te verzinnen.

Vervolgens, als de illegale export en zware criminaliteit beheersbaar zijn geworden, kunnen we gaan doen wat moreel juist is, en wat de samenleving in alle opzichten het meeste op zal leveren: legalisering en regulering van productie en handel in ecstasy.

Besef wel dat elke drug op zijn specifieke merites beoordeeld en benaderd dient te worden. Daarom zal ik het de volgende keer hebben over cocaïne: een fundamenteel ander verhaal.

 

Oorspronkelijk verschenen op FrontaalNaakt: http://www.frontaalnaakt.nl/archives/nederland-kan-helemaal-niet-zonder-ecstacy-dus-aanpakken-die-handel.html