Hebben we minder of juist meer vrouwelijkheid nodig, om de ‘dark side’ te kunnen verslaan?

Tijdens het bekijken van de laatste Star Wars-film moest ik opeens denken aan het debat over meer vrouwen aan de top. In het pleidooi voor positieve discriminatie, wordt regelmatig gewezen op de heilzame werking die meer vrouwelijkheid met zich meebrengt, waarna steevast een rits aan nobele karaktereigenschappen volgt die -zo lijkt het- exclusief aan de vrouw zijn toebedeeld.

Meer dan mannen zouden vrouwen empathisch, georganiseerd, communicatief, sociaal en bescheiden zijn; bovendien stellen ze meer vragen. Niet voor niets stelde oud-minister en eurocommissaris Neelie Kroes, naar aanleiding van de economische crisis in 2008, ooit de volgende retorische vraag: ‘Zouden we deze ellende ook hebben gehad als de beruchte zakenbank Lehman Brothers, Lehman Sisters had geheten?’

Als oorzaak voor het achterblijven van vrouwen, voert ze eveneens een typisch vrouwelijke eigenschap aan: ‘Veel vrouwen vertonen risicomijdend gedrag, daar moet echt verandering in komen.’ Ehmm, liever niet toch juist, als we een volgende crisis willen voorkomen? Risicovol gedrag was juist het grote probleem in de financiële wereld. Dan toch liever meer ‘traditionele vrouwelijkheid’ in de directiekamers.

Dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan, wordt treffend geïllustreerd in de laatste Star Wars-film, The rise of Skywalker. Of u hem al gezien heeft weet ik niet, maar het zal geen verbazing wekken dat meer diversiteit ook in Hollywood het nieuwe mantra is. Er zijn meer vrouwelijke helden te zien dan ooit, en in alle opzichten zijn zij inmiddels de gelijke van hun mannelijke tegenspelers, en waarom ook niet. Op aansprekende wijze levert de film zo een maatschappelijk verantwoord rolmodel voor jonge meisjes wereldwijd.

Maar als je wat beter kijkt zie je dat, met name de jonge vrouwen, min of meer ontdaan zijn van precies die ‘typisch vrouwelijke’ eigenschappen die eerder nog werden aangevoerd als argument om meer vrouwen op aan de top geplaatst te krijgen. Nog opvallender is dat dit bij hun mannelijke tegenspelers niet of nauwelijks het geval is. Dat zijn nog steeds de oude, vertrouwde guitige en roekeloze jonge honden, opstandig en impulsief, zoals het hoort.

Kortom, de vrouwen zijn in hun gedrag veel mannelijker geworden, maar de mannen nauwelijks vrouwelijker. Paradoxaal genoeg is het zo dus alsnog die verfoeide masculiniteit die ons als ideaalbeeld voorgeschoteld wordt, ten koste van die voor de samenleving zo gewenste feminiteit, in wat toch een doelbewust normerende familiefilm is.

Nu zullen de psycho-analytici onder ons hier tegenin brengen dat het, met de ondergang van de duivelse witte mannenkliek rondom de ‘First Order’, juist wél het patriarchaat is dat op symbolische wijze de nek wordt omgedraaid, ten faveure van de –letterlijk- buitenaardse inclusiviteit die zo kenmerkend is voor de rebellenclub van de Jedi Knights, en mogelijk zijn er van dezelfde snit nog vele andere ‘subliminal messages’ te ontdekken.

Nu zal dat allemaal best. De vraag is in hoeverre dit soort verkapte Freudiaanse symboliek, of hoe je het ook noemen wilt, beklijft in het adolescente brein. Feminiteit mag de masculiniteit dan wel verslagen hebben, aan het einde van de dag zien we vooral stoere vrouwen, geen feminiene mannen, en dát is de boodschap die mijns inziens resoneren zal.

Hoe deze merkwaardige paradox te verklaren? Wanneer we weer uitzoomen, zien we tevens dat de ‘vermannelijking’ van de vrouwelijke held ogenschijnlijk nauwelijks ten koste gaat van haar seksuele aantrekkingskracht, een noodzakelijke voorwaarde voor het slagen van een Hollywoodfilm. Hierin schuilt de crux, het omgekeerde is namelijk een stuk lastiger, ook buiten Hollywood. Voor een vrouw volstaat het –even heel kort door de bocht nu- doorgaans om mooi te zijn, een man daarentegen dient vooral enigerlei vorm van status of macht uit te stralen. Macht erotiseert immers, zoals ook Neelie Kroes –daar is ze weer- beaamt, tussen de regels door verzuchtend dat dit alleen voor mannen geldt, daarmee de kern van de zaak rakend.

Hierin ligt de werkelijke uitdaging voor het moderne feminisme. Hoe ontdoe je de man van zijn ‘typisch mannelijke’ eigenschappen, zonder dat dit ten koste gaat van zijn seksuele aantrekkingskracht? Hoe blijft een risicomijdende, empathische, veel vragenstellende Jedi tóch sexy, zelfs op het moment dat hij niet beschermend voor zijn vrouw gaat staan, op het moment dat er buitenaards gevaar dreigt?

In principe ben ik tegen quota, vooral omdat ik vermoed dat een wat geleidelijker ‘natuurlijk’ proces meer draagvlak zal hebben en dus een duurzamer resultaat op zal leveren, mede omdat de kans op het ontstaan van onverwachte en nare tegenkrachten op deze manier verkleind wordt. Maar dat laat niet onverlet dat ik het zeer wel mogelijk acht dat meer ‘vrouwelijkheid’ in het bedrijfsleven wel degelijk een heilzame werking voor de samenleving heeft, iets wat geen geringe zaak zou zijn.

Zo ook Jan Bout, voormalig topman van bouwbedrijf Royal Haskoning. Hij is er van overtuigd dat de problemen in de bouw te maken met de masculiene cultuur aldaar. Vermoedelijk speelt dezelfde problematiek op de Death Star. Daar gaat het, als gevolg van de tot megalomane proporties opgeblazen ego’s en hun klassieke haantjesgedrag, op het laatste moment toch ook altijd weer mis. En inderdaad, aan de top van deze ‘dark side’ is eveneens geen vrouw te bekennen.

Prima als er meer vrouwen aan de top verschijnen dus, want of mannen aan de top zich uit zichzelf wat ‘vrouwelijker’ gaan gedragen acht ik namelijk zeer de vraag. Maar als zij daarvoor eerst ontdaan moeten worden van die juist voor het bedrijfsleven zo gewenste ‘typisch vrouwelijke eigenschappen’ omdat zij anders niet met mannen zullen kunnen concurreren, bijt de slang zichzelf alsnog in de staart.

Wat dat betreft zouden we misschien meer hebben aan een Star Wars waarin Han Solo thuisblijft om op de koters te passen, terwijl Prinses Leia er met de Millenium Falcon op uittrekt om het kwaad te bevechten. Echter zal dan tegelijkertijd het stereotype van mannelijke seksuele aantrekkingskracht volledig op de schop moeten; ik wens u veel succes.