Het was begin deze eeuw, ik woonde anti-kraak in een afgelegen bedrijvenpark, helemaal alleen, en ik beschikte voor het eerst over een eigen internetverbinding. Voor die tijd ging ik naar mijn moeder of langs een vriend als ik iets op moest zoeken, of als ik mijn webmail wilde lezen. Over het algemeen was dat geen groot probleem aangezien ik zelden meer dan één email per week toegezonden kreeg. Meestal betrof het dan zoiets als een administratieve mededeling van de academie. Rekeningen betalen deed ik keurig middels de acceptgiro, en de krant las ik vanaf papier.

Na een middag lang kloten met kastjes, kabels en instellingen echter, lag de mysterieuze wereld van het internet nu dan eindelijk ook aan mijn voeten. De avond was ingedaald, ik waande mij veilig en onbespied. Welke website zou ik bezoeken, welke krocht induiken, welke codes kraken, welk mysterie ontrafelen? Ondanks dat ik intellectueel redelijk ontwikkeld was, en bijzonder breed geïnteresseerd bovendien, kon ik op dat moment merkwaardig genoeg niets bedenken om op te zoeken.

Eén ding kon ik wel verzinnen. Eindelijk zou ik, zonder pottenkijkers, de verboden vruchten van precies mijn voorkeur kunnen plukken. Voordat het internet er was, kon een mens het zich namelijk niet veroorloven om al te kritisch te zijn. In tegenstelling tot nu was vermaak voor volwassenen nog niet als water uit de kraan, dus je at wat de pot schafte, die keren dat het toevallig op je pad kwam.

Zo woonde een toenmalig vriendinnetje ooit in een studentencomplex met een intern filmkanaal. Op de woensdagavond werd standaard een film uitgezonden, afkomstig van het achterste schap in de plaatselijke videotheek, waarschijnlijk persoonlijk geselecteerd door één van de beheerders. Per ongeluk expres zapten we daar dan langs, om te zien wat voor vlees we deze week in de kuip hadden. En al was het esthetisch en inhoudelijk nog zo belabberd, lichamelijk had het vaak toch wel effect, zij het meestal vertraagd. En waar het lichaam gaat daar gaat ook de geest, en het duurde niet lang of de snorren, haakpenissen en leren handschoentjes waren alweer vergeten.

Ook circuleerde de VHS-titel ‘Angespritzt’ een tijdje in mijn vriendenkring, een drie uur durend collage van aan elkaar geplakte Duitse ejaculatie-scènes. Hilarisch in het begin, maar al gauw ontstond er een gevoel van onbehagen, een beetje zoals de hoofdpersoon in ‘A Clockwork Orange’ het ervaren moet hebben, toen hij vastgeketend in de bioscoopzaal zat. Of die scene uit ‘ The Shining’, waarin een hotelkamer zich langzaam vult met bloed. Maar dan met zaad. Ik geloof niet dat we de drie uur hebben uitgezeten.

Maar nu lagen de zaken anders. Ik was niet langer afhankelijk van de bedenkelijke smaak van derden. Alleen, waar te zoeken en hoe te vinden? Leuke adresjes had ik nog niet. Met een neutraal gezicht voerde ik voorzichtig wat brave steekwoorden in. Gelukkig had mijn browser aan een half woord genoeg en alras bevond ik mij in het walhalla. Oneindige reeksen thumbnails van vlees trokken aan mijn lustig oog voorbij. Duizelig van geluk lukte het niet om te kiezen, net zo als wanneer ik de schappen van de supermarkt afstruin, op zoek naar het juiste type corn flakes.

Al scrollende daalde ik dieper af in de tuin der lusten. Het scheelde weinig of mijn neus raakte het scherm. En toen gebeurde het.

Alhoewel ik op filmgebied toch wel gewend was aan het één en ander, was ik werkelijk niet voorbereid op wat zich nu, zonder enige vorm van aankondiging, voor mijn neus afspeelde. Het duurde dan ook even voordat ik begreep wat ik zag. Was dit echt? Laat de menselijke anatomie dit toe? Ik verstijfde. Na een microseconde die een eeuwigheid duurde sprong ik plots wild achteruit. ‘Brrrrhoewaah!!’ Mijn muis vloog door de lucht. Ik dook weg, zodat ik het scherm niet meer hoefde te zien.

Geknield achter mijn bureau kwam ik weer bij zinnen. Ik besefte dat de betreffende afbeelding nog altijd wagenwijd open moest staan. Hoe zou ik het venster kunnen sluiten, zonder op het scherm te hoeven kijken? Overigens was het al te laat. Als het nabeeld van een flikkerende stroboscoop was de scène voor eeuwig in mijn herinnering gebrand. Maar hetzelfde inkijkje in de mens nog een keer, zou me écht wekenlang boze dromen hebben bezorgd. Het handmatig uitzetten van de computer zou echter geen zin hebben, want bij het opstarten zouden alle niet-gesloten vensters automatisch weer open floepen.

Vanonder mijn bureau lukte het me om, op de tast, mijn muis terug te vinden, en met de andere hand mijn ogen bedekkend kroop ik voorzichtig uit mijn schuilplaats. In noodsituaties wordt een mens creatief, en door mijn hand ietsjes van mijn gezicht af te bewegen richting scherm, kon ik mij oriënteren zonder de beelden op het scherm te hoeven zien. Ik liet mijn hand een millimeter zakken, en met de tact van een chirurg wist ik het rechter bovenhoekje van het betreffende venster in beeld te krijgen, waarna ik het met een zucht van verlichting dicht kon klikken. Mijn god. Seksuele transgressie is leuk, maar er zijn grenzen. Voor het slapen gaan las ik een Suske en Wiske om de demonen uit te drijven; het lukte maar half.

De volgende dag begreep ik dat het gebeurde een teken was, een les die ik moest leren om de eenentwintigste eeuw te kunnen begrijpen. Ik begreep nu waar het internet over ging, en ik besefte dat ik op de drempel van een nieuw tijdperk stond, een tijdperk waarin extreem genot en totale ontreddering dichter dan ooit tegen elkaar aan zouden komen te liggen, slechts één klik van elkaar verwijderd. Er zou ons nog heel wat te wachten staan.