(Verschenen op Frontaal Naakt)

Na mijn eerdere uiteenzettingen over ecstacy, nu het beloofde stuk over cocaïne. Zoals gezegd is dit een ander verhaal. Want waarom denkt u dat het gebruikende deel van hooligans, advocaten, gangsters, beurshandelaren en andere snelle zakenlui, voorafgaand aan het gevecht een lijntje coke snuift, en niet een xtc-pil slikt?

Als het aan minister Grapperhaus ligt wordt de oorlog tegen drugs fors geïntensiveerd, komt er een zero-tolerance beleid, en wordt de recreatieve gebruiker verantwoordelijk gesteld voor de criminaliteit die het gevolg is van het verbod op drugs.

Maar om iets effectief te kunnen bestrijden, zul je eerst goed moeten begrijpen wát je precies bestrijdt. De noodzaak om onderscheid te maken tussen de verschillende soorten drugs kan niet vaak genoeg benadrukt worden; iets wat de conservatieve en religieuze macht doorgaans halsstarrig weigert. Nu is het alsof het ministerie van volksgezondheid een ingrijpend besluit neemt over het al dan niet reguleren van antidepressiva, op basis van de geruchten die men hoort over de bijwerkingen van ADHD-medicatie.

DE VERSCHILLEN MET ANDERE DRUGS

Om te beginnen steekt de ellende, die gepaard gaat met de cokehandel met kop en schouders uit boven de problemen, die de handel in andere soorten in Nederland geconsumeerde drugs geven. En hoe tragisch en verontrustend de moord op advocaat Derk Wiersum ook is, de echte ellende treft vooral Latijns-Amerika. Het zijn de dagelijkse moord-, martel- en misbruikpraktijken daar die ten grondslag liggen aan onze decadente feestjes hier.

WAAROM COKE?

De vraag die we daarom vooral moeten stellen is: waaróm is deze dure en dubieuze drug zo populair? Vrijwel alle andere drugs zijn immers stukken goedkoper, en gaan doorgaans gepaard met veel minder, of meestal helemaal geen bloedvergieten.

Nu vind ik cocaïne persoonlijk –ik heb het een enkele keer geprobeerd- niet zo’n heel interessante drug. Maar wel zie ik al meer dan vijfentwintig jaar waarom anderen het graag gebruiken.

Een combinatie van factoren verklaart het succes. Recreatieve drugs als ecstacy of LSD zijn eigenlijk veel leuker, maar nogal intens, en je kunt er niet normaal mee functioneren. Dit dwingt de liefhebber tot incidenteel gebruik, wat vergemakkelijkt wordt door het feit dat ze niet verslavend zijn. Maar met cocaïne kun je niet alleen normaal functioneren, je functioneert er zelfs stukken beter mee, en ook nog eens zonder dat je omgeving direct in de gaten heeft dat je vals speelt – zolang je het niet al te bont maakt tenminste. Dit ‘beter functioneren’ is uiteraard nogal criteria-afhankelijk; onderstaande voorbeelden maken duidelijk wat ik hiermee bedoel.

De grootste gemene deler is namelijk dat cocaïne vooral geconsumeerd wordt vlak voor het moment van strijd; strijd in de breedste zin van het woord. Nogmaals: waarom denkt u dat het gebruikende deel van hooligans, advocaten, gangsters, beurshandelaren en andere snelle zakenlui, voorafgaand aan het gevecht een lijn cocaïne neemt, en niet een xtc-pil?

Hetzelfde geldt min of meer voor de weekendsnuiver: in gezelschap of in de kroeg ben je stukken zelfverzekerder; hinderlijke ruis verdwijnt naar de achtergrond. Hoe heerlijk is het, om op de apenrots je mannetje of vrouwtje te staan, vrij van twijfel en complexen, ad rem manoeuvrerend door het sociale kreupelhout, en seksueel zelfverzekerd bovendien. Onderschat u vooral dat laatste niet; wie droomt er niet van om met de onwankelbare ‘mindset’ van een pornobaas het seksuele slagveld te betreden? Geen drug die meer geconsumeerd wordt in de slaapkamer dan het Zuid-Amerikaanse wonderpoeder.

EEN PATHOLOGISCHE BENADERING

U voelt ‘m al aankomen: we kunnen nog zoveel hameren op alle ellende die cocaïne veroorzaakt, maar in de lust heeft de moraal nu eenmaal een tegenstander van jewelste. In plaats van het gebruik ervan als slecht te zien en daarmee basta, is het misschien zinvoller om de behoefte eraan als pathologisch voor deze tijd te zien.

Cocaïne is domweg een zeer effectief middel, dat helpt om beter te presteren in onze op individualisme en competitie ingerichte samenleving, waarin economisch en hedonistisch succes als het hoogst haalbare geldt. Strikt genomen valt coke in dezelfde categorie als prozac, ritalin, oxazepam en viagra. Tegelijkertijd vervult de drug ook een sociale functie, vergelijkbaar met die van tabak of alcohol. Samen snuiven schept een band; het is domweg gezellig om te doen.

Helaas faciliteert de drug ook een subtiel en cynisch type egocentrisme, wat niet minder kenmerkend is voor ons tijdsgewricht. Is het toeval dat juist in de jaren tachtig, toen Wall Street met cocaïne overspoeld werd, en ego’s tot megalomane proporties werden opgeblazen, een meer hardvochtige en cynische vorm van kapitalisme zijn ingang vond? Deze parallel kunnen we trouwens doortrekken naar de onderwereld: u hoeft de film ‘Scarface’ maar te bekijken om te begrijpen wat ik bedoel.

EEN SCHIJNOVERWINNING

Een lang verhaal kort: gezien de kracht van cocaïne zal de vraag blijven bestaan. Het aanspreken van de gebruiker op zijn verantwoordelijk zal beperkt effect hebben, zeker zolang dit niet gepaard gaat met een mea culpa van de puriteinen, die drugs omwille van religieus-ideologische motieven keer op keer verboden hebben: zij blijven primair verantwoordelijk voor al het bloedvergieten. En zolang drugs verboden blijven, zal ook de misdaad blijven bestaan.

Iedereen met gezond verstand weet immers dat de aangekondigde maatregelen van minister Grapperhaus niets gaan veranderen. In het gunstigste geval weet men een paar criminele kopstukken op te pakken, waarna anderen de boel ogenblikkelijk overnemen. De hoop is er vervolgens op gevestigd dat zij, puur uit zakelijke overwegingen, tijdelijk besluiten tot wat minder in het oog springend vuurwapengeweld.

Alhoewel dat laatste ontegenzeggelijk winst is, begrijpt zelfs een kleuter dat de handel zélf
onverminderd door zal blijven gaan, en dat de branche door de repressie vooral wéér een slag creatiever en professioneler zal worden, en dus nog ongrijpbaarder.

Elke overwinning in de oorlog tegen drugs is dan ook niets meer dan een schijnoverwinning, of wat de Oude Grieken een pyrrusoverwinning noemden: een overwinning die in werkelijkheid een totale mislukking symboliseert. Dit wordt op mooie maar tragische wijze geïllustreerd, telkens als er met trots wéér een nieuwe recordvangst cocaïne gepresenteerd wordt. Maar dat er steeds meer, en steeds grotere ladingen coke onderschept worden, betekent niet dat de handel steeds effectiever bestreden wordt; het betekent vooral dat er steeds meer, en steeds grotere ladingen het land binnenkomen, alle maatregelen ten spijt.

WAT NU?

Zoals u inmiddels weet, is mijn overtuiging dat alle drugs gelegaliseerd zouden moeten worden. Of liever gezegd: nooit gecriminaliseerd hadden mogen worden. Niet omdat ik er nu zo’n voorstander van ben dat Jan en alleman onbeperkt toegang krijgen tot alle soorten drugs, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat legalisering en regulering te allen tijde minder problemen zullen geven dan criminalisering en repressie, ongeacht om welke drug het gaat.

Uiteraard is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Waar bij lokaal geproduceerde ‘nederdrugs’ zoals wiet of ecstacy, legalisering en regulering in beginsel geen onoverkomelijke problemen zou hoeven geven, ligt dat bij buiten de EU geproduceerde drugs vanzelfsprekend wat ingewikkelder. Wellicht zou een creatieve en Max Havelaar-achtige tussenoplossing al de nodige mensenlevens kunnen redden. Hier, maar vooral ook daar.

Maar zolang de internationaal heersende conservatieve en religieuze macht, met zijn voorliefde voor repressie, blijft vasthouden aan zijn dogma’s, en er ook geen radicale omslag plaatsvindt naar een spiritueler type samenleving, waarin geen behoefte meer is aan egoversterkende middelen als cocaïne, zie ik het probleem eerlijk gezegd niet opgelost worden.

En dat er nu plotsklaps miljoenen extra naar de recherche gaan is begrijpelijk, maar zolang er niet net zoveel miljoenen naar de wegbezuinigde jeugdzorg gaan, zullen de mini-Tony Montana’s zich bovendien onverminderd aan blijven dienen.