(Verschenen op Vrij Links)

Ook in de wereld van de elektronische dansmuziek, de ‘dance’, is sinds enige tijd een stevige feministische roep hoorbaar. Het overgrote deel van de dj’s is namelijk man, en de breed gedeelde overtuiging is dat waar vrouwen ondervertegenwoordigd zijn, er noodzakelijkerwijs sprake is van seksuele discriminatie – of, om in jargon te spreken, van ‘patriarchale onderdrukking’.

Het is prima als er meer aandacht voor vrouwelijke dj’s is, maar of er in deze specifieke scene sprake is van structurele discriminatie en onderdrukking, acht ik eerlijk gezegd de vraag.

Nu ben ikzelf al vijfentwintig jaar actief als dj en heb ik in mijn omgeving vele dj’s zien gaan en komen. Op basis van zowel nuchtere observatie als op de laatste wetenschappelijke inzichten lijkt de getalsmatige onbalans mij, meer dan een kwestie van ongelijke kansen, vooral een kwestie van ongelijke interesse, waarbij we zelfs de invloed van een biologische component niet op voorhand uit zouden moeten sluiten.

Elke verklaring die in strijd is met de theorie van onderdrukking wordt echter resoluut van de hand gewezen. Geslachten worden geturfd, campagnes, panels en platforms opgericht, organisatoren op de vingers getikt, en momenteel zijn er tal van initiatieven gaande om het percentage vrouwelijke dj’s op te krikken.

Maatregelen en beleid

Zo voeren toonaangevende clubs als De School in Amsterdam, Het Magazijn in Den Haag of het Rotterdamse Mono hiertoe actief beleid. Hier en daar verenigen vrouwen zich in dj-collectieven of boekingsbureaus zoals Discwoman, dat de term ‘technofeminisme’ muntte. Het beroemde Mysteryland-festival lag onder vuur omdat daar slechts 9 procent van de dj’s vrouw was, waarna organisator ID&T samen met wat andere grote spelers bijdroeg aan de ontwikkeling van een ‘women first’ netwerk-app, om vrouwelijke artiesten makkelijker aan optredens te helpen. En zo zijn er tal van voorbeelden.

Zowel de nationale als internationale dance-pers, doorgaans progressief van snit, schrijft er veel over. Ook de reguliere media ruiken clicks, springen op de ‘bandwagon’ en doen de rest: de NOS bijvoorbeeld, berekende dat in 2017 op dancefestivals nog geen 10 procent van de artiesten vrouw was.

Kortom, onderschat u, overigens ook buiten de dance, de omvang en impact van de gendergelijkheidslobby niet. Maar onderschat u vooral de verbetenheid niet waarmee deze strijd door sommigen gevoerd wordt. Berucht is de beschamende doch gretig ondertekende petitie die, gelukkig zonder succes, georganiseerd werd om de Duitse dj Konstantin van het Amsterdam Dance Event te weren, omwille van wat onhandige maar zeker geen onverdedigbare opmerkingen die hij ooit plaatste bij de positieve discriminatie van vrouwelijke dj’s: een kwestie die ik eerder uitvoerig beschreven heb.

Hoe scheef zijn de verhoudingen werkelijk?

Gek genoeg worden twee belangrijke vragen, essentieel voor het al dan niet rechtvaardigen van positieve discriminatie en van initiatieven zoals hierboven beschreven, nooit gesteld – laat staan beantwoord. De eerste: In hoeverre wijken de getalsmatige verhoudingen achter de draaitafels af van de verhoudingen in het natuurlijk aanbod? De tweede: Op basis waarvan kunnen we uitsluiten dat andere factoren dan discriminatie en seksisme van invloed zijn op de scheve verhoudingen?

Om met de eerste vraag te beginnen: dat in de uitvoer mannen oververtegenwoordigd zijn is een feit, de meeste dj’s in de line-ups zijn inderdaad man. Maar als blijkt dat zij ook reeds in de aanvoer oververtegenwoordigd zijn, is er weinig reden om discriminatie in het proces tussen aan- en uitvoer te veronderstellen. Anders geformuleerd: het heeft geen enkele zin om dramatische conclusies te trekken over de uitvoer, zolang we niet precies weten hoe het met de aanvoer zit.

Wat kunnen we wel met zekerheid zeggen over de aanvoer? Gaat u een week lang de geslachten turven van klanten in een willekeurige platenwinkel en u zult zien: reeds in de aanvoer zijn mannen zwaar oververtegenwoordigd. En over harde data beschik ik niet, maar volgens mij zijn de verhoudingen achter de decks sinds jaar en dag een vrij nauwkeurige afspiegeling van de verhoudingen in de platenwinkels, met – zeker tegenwoordig – mogelijk zelfs een kleine oververtegenwoordiging van vrouwelijke dj’s.

Hiermee belanden we automatisch bij vraag twee: Waarom zouden hier geen andere krachten aan het werk kunnen zijn dan enkel discriminerende? In plaats van ons af te vragen waarom er relatief weinig vrouwen dj willen worden, kunnen we ons beter eerst eens buigen over de vraag waarom zo ontzettend veel jonge mannen dat willen.

Waarom dj worden?

Wat bijvoorbeeld te denken van de erotiserende werking die het dj-vak nu eenmaal heeft, om maar wat te noemen? Een wervende kracht die, gezien de moordende seksuele concurrentie bij mannen onderling, nauwelijks te overschatten is. Nu wil ik er niet voor pleiten om menselijk gedrag uit louter voortplantingsdrift te verklaren, maar het is niet zonder reden dat mannen over het algemeen toch net wat fanatieker zijn in het streven naar sociale dominantie dan vrouwen; het hebben van status verhoogt de kans op reproductie van je erfelijk materiaal, oftewel de kans op seks, nu eenmaal aanzienlijk. En als dj heb je net wat meer status dan de doorsnee jandoedel – al neemt dat effect af op het moment dat de halve wereld dj is.

Misschien nog interessanter dan de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke dj’s, is de vrouwelijke ondervertegenwoordiging bij de producers, oftewel bij de mensen die de muziek maken die de dj’s draaien – doorgaans in alle anonimiteit en ver weg van de schijnwerpers. Deze onbalans is nog veel groter, wat mij doet afvragen waarom je híér zelden iemand schande van hoort spreken.

Hoe precies weerhoudt discriminatie vrouwen ervan om op hun zolderkamer aan de slag te gaan met drumcomputers en synthesizers? Je kunt immers, zonder de veroordelende blik van de man te hoeven trotseren, via Marktplaats eenvoudig wat apparatuur bij elkaar scharrelen, of simpelweg je laptopje en wat software gebruiken. Ook voor de vervolgstap, het uitbrengen van een plaatje of het starten van een platenlabel, ben je op geen enkele manier afhankelijk van welk instituut of mannenbolwerk dan ook: house en techno zijn, net als bijvoorbeeld punk dat was, van oudsher do-it-yourself disciplines. Door de gezichtsloosheid zijn het bovendien genderneutrale genres bij uitstek: aan negen van de tien platen is het geslacht van de producer niet af te lezen.

Oftewel, de theorie die de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke dj’s zou moeten verklaren – discriminatie – verklaart niet de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke producers: een aanwijzing dat er hier meer aan de hand is. Aan de onbalans in de dance ligt een dynamiek ten grondslag die veel te complex is om te reduceren tot een simpel man-onderdrukt-vrouw-schema. Want waarom zouden er, naast culturele, niet ook andere factoren een rol kunnen spelen in het feit dat er zoveel meer mannen dan vrouwen dj willen worden?

Biologie

Veel mensen springen helaas nog altijd spontaan in de kramp wanneer je wijst op mogelijke biologische of genetische oorzaken van sekse-specifiek gedrag. Wat vreemd is, want in wetenschappen zoals bijvoorbeeld de evolutionaire psychologie, biologie, genetica of neurologie, is er nauwelijks nog twijfel over het idee dat er wel degelijk kleine en aangeboren sekse-gerelateerde verschillen in de hersenen bestaan, die door kunnen werken in onze interesses en dus ook in de keuzes die we soms maken in het leven. De verschillen zijn weliswaar klein en de overlap tussen beide seksen groot, feit is dat de asymmetrische verdeling van sommige karaktereigenschappen tussen de seksen voor een deel biologisch gefundeerd is.

Dit alles zou bij eenieder die gelooft in de evolutietheorie toch weinig verbazing moeten wekken: sekse-typische neigingen en gedragspatronen komen immers bij alle zoogdieren voor, waar je ze toch moeilijk af kunt doen als culturele constructies.

Zo zijn er mogelijk tal van factoren die los van elkaar misschien beperkte invloed hebben, maar die, zodra ze op elkaar losgelaten worden en elkaar zodoende versterken, soms wel degelijk significante verschillen in representatie kunnen veroorzaken, nog voordat discriminatie de kans krijgt om zijn werk te doen: een onevenwichtige uitkomst betekent niet automatisch dat er sprake is van ongelijke kansen. Vergelijk het met chaostheorie: minuscule variaties in de beginwaarden van een systeem, kunnen tot enorme variaties in de uitkomst leiden.

Dogmatisme en wetenschapsontkenning

Helaas is er in de jongste feministische golf weinig oog voor nuance en complexiteit. De strijd voor gelijke rechten van vrouwen is een nobele zaak, maar ook hier dreigt het ‘redelijke midden’ vanaf de flanken gekaapt te worden, door een ideologisch gemotiveerd radicalisme dat onderdrukking ziet waar dat er niet altijd is, en die wat wetenschapsontkenning betreft weinig onderdoet voor de wijze waarop uiterst rechts de opwarming van het klimaat ontkent.

Voor relativering en kritiek is, omwille van het streven naar fundamentele verandering, geen ruimte. Sterker nog, iedereen met een afwijkende opvatting wordt medeschuldig bevonden. Niet voor niets stelde men in de eerdergenoemde petitie over Konstantin dat zwijgen medeplichtigheid betekent; op straffe van dwang en uitsluiting wordt iedereen gedwongen om door hetzelfde politiek-correcte hoepeltje te springen.

Een vrouwelijke dj die ik al jaren ken, heeft naar eigen zeggen alleen maar voordeel gehad van het vrouw-zijn, juist omdat er zoveel mannelijke dj’s waren. Ze zei het bijna fluisterend, wat veelzeggend was: publiekelijk je twijfel uiten zou je in de huidige schandpaalcultuur zomaar optredens kunnen kosten.

Van de tolerantie en onbevangenheid, ooit zo kenmerkend voor de dance-cultuur, blijft zo niet veel meer over dan een façade waarachter in werkelijkheid een rigide monocultuur schuilgaat. Diversiteit? Inclusiviteit? Vrijheid? Ja hoor, zolang je maar exact zo denkt en doet als wij.

Kenmerkend voor totalitaire ideologieën is dat zij al het kwaad in de wereld tot één bron weten te herleiden: in het geval van het nieuwe feminisme is dat het patriarchaat, enigszins vergelijkbaar met hoe radicaal-rechts in de idee van het ‘cultuurmarxisme’ de oorzaak ziet van alle ellende.

Slechte journalistiek

Ook de media gaan niet vrijuit. Ondanks dat er gretig verslag wordt gedaan van de veronderstelde onderdrukking van de vrouw in de dance – we lezen er immers graag over -, wordt er werkelijk niet één kritische vraag gesteld over de claims die worden gedaan; speculatie wordt verkocht als harde feitelijkheid. In het online dance-magazine DJBroadcast werd bijvoorbeeld, zonder enige vorm van onderbouwing, beweerd dat vrouwelijke dj’s twee keer zo hard moeten werken als hun mannelijke collega’s. Dit is geen kritische journalistiek meer, dit is activisme. Want zonder te willen beweren dat dit níét zo is, hoe stel je vast dat het wél zo is?

Ook de eerdergenoemde petitie tegen dj Konstantin is uitvoerig behandeld in diverse media, maar geen journalist die gewag maakte van de aantoonbare onwaarheden waarop de hetze gebaseerd was. Factchecking? Ho maar.

Het spectaculaire gebrek aan tegengas deed me besluiten om mijn stuk over de petitie te schrijven en op te sturen naar, onder meer, Het Parool, Vice Magazine, VPRO’s 3voor12 en DJBroadcast, daar zij allen over de kwestie hadden bericht. Het journalistieke principe ‘hoor en wederhoor’ indachtig leek het mij niet meer dan logisch dan dat zij een originele en kritische blik op de materie zeer welkom zouden heten. Helaas werd mijn verhandeling – ietwat lang, ik geef het toe – categorisch geweigerd.

Het resultaat is een volkomen eenzijdig narratief, dat er bij de progressieve goegemeente die de dance grotendeels is, ingaat als zoete koek. Tel hierbij op dat de verdienmodellen van de huidige social media voornamelijk gebaseerd zijn op het zo boos mogelijk krijgen van mensen – boze mensen blijven immers langer online – en een redelijke dialoog wordt nagenoeg onmogelijk.

De werkelijk bevoorrechten

Het zou interessant zijn om eens een keer onderzoek te doen naar hoe de optredens elk weekend wérkelijk verdeeld worden. Een van de moeilijkste dingen voor een dj is het bemachtigen van optredens, wat uiteindelijk slechts weggelegd is voor een klein groepje uiterst bevoorrechten. Zie jezelf als buitenstaander maar eens tussen de praatjesmakers in het Randstedelijke ons-kent-ons-circuit te wurmen. Van alle factoren die mogelijk van invloed zijn, bungelt geslacht waarschijnlijk ergens onderaan – en ik acht het nog maar de vraag of de geslachtsfactor per definitie in het nadeel van de vrouw werkt. Ogenschijnlijk triviale zaken als waar je woont, in welke kringen je verkeert, hoe aantrekkelijk je er uitziet, hoe assertief, slim, charmant, brutaal, schaamteloos of mediageniek je bent en hoe handig je sociale media weet te bespelen, wegen veel zwaarder.

Afsluitend

Voor de duidelijkheid: natuurlijk komt er in de dance, zoals overal, seksisme voor, en dat mag aangekaart worden en hard veroordeeld. Maar het idee dat vrouwelijke dj’s systematisch worden buitengesloten en structureel minder kansen krijgen dan mannelijke dj’s, gaat er bij mij niet in. Het zal zo nu en dan ongetwijfeld voorkomen dat het vrouw-zijn op een of andere manier tegen je werkt, maar het zou mij niet verbazen als in minstens zo veel gevallen van het omgekeerde sprake is.

Tevens lijkt mij het idee dat je in de dance, of in welk domein dan ook, tot een natuurlijke 50/50-aanwas zal komen als alle sekse-barrières opgeheven zijn en het mannenbrein middels straffe conditionering van seksistische smetten vrij is gemaakt, onthutsend naïef. Militante dwangmaatregelen om toch in deze gewenste eindtoestand te geraken, doen op termijn mogelijk meer kwaad dan goed, niet in de laatste plaats voor ‘de vrouw’ zelf.

Als we het vraagstuk werkelijk willen oplossen, zullen de dogma’s overboord moeten. Zolang we ons niet openstellen voor een onbevangen en vrije dialoog, en bang zijn voor de mogelijkheid dat we feiten tegenkomen die in tegenspraak zijn met ons wereldbeeld, kan van oprechte en duurzame progressie geen sprake zijn.