Afgelopen zomer deed ik mee aan de columnistenwedstrijd van de Volkskrant. Opdracht: schrijf een column van maximaal 250 woorden. In totaal heb ik drie columns ingezonden, helaas zonder resultaat. Hier column nummer drie:

 

ECHTE MANNEN DOEN HET ZITTEND

Na twee niet-gehonoreerde inzendingen voor de Volkskrant- columnistenwedstrijd, twee snedige stukjes waarin ik het grenzeloos hedonisme van de jonge, postmoderne ouder blootleg, besloot ik om het over een andere boeg gooi te gooien: hier poging drie.

Een snelle blik op de tot nu toe gepubliceerde inzendingen, leerde mij namelijk dat poep- en pieshumor de voorkeur geniet boven grote thema’s, gevolgd door het bezien van de wereld vanuit vrouwelijk perspectief, de man figurerend als goedsul.

Het is tekenend voor het huidig tijdsgewricht, waarin ik mij soms vertwijfeld afvraag of ik nu de krant aan het lezen ben of de Libelle. De filosoof Sloterdijk had gelijk toen hij constateerde dat wij thans in een frivoliteitscultuur leven, waar wijlen zijn collega Foucault opmerkte dat wij in een bekentenissencultuur leven.

Welnu, u wilt het frivool? Ik zal bekennen. Ik, man, plas zittend.

Uit aardigheid voor de vrouw, zeker, maar ook omdat ik doorgaans degene ben die thuis de plee schoonmaakt, en het maakt nogal verschil of er wel of geen kerels hebben staan sproeien.

Soms vertel ik het andere mannen, en geniet van hun reactie. Enkelen blijken hetzelfde te doen, anderen reageren onthutst, maar altijd met respect. Een man kan zich meer feminiteit veroorloven dan hij denkt – mits hij over voldoende masculien tegenwicht beschikt.

De radicale feministen zullen betogen dat het over de rand pissen van de man een vorm van seksuele onderdrukking is, een doorlopende en gewelddadige bevestiging van de machtsverhoudingen. Vergezocht? Wellicht, maar dat vrouwen deze viespeukerij nog altijd pikken is mij evenwel een raadsel.