Om 09.00u uit bed. Eigenlijk om 08.00u maar het is inmiddels wintertijd. Gisterenavond teruggekomen van een spotgoedkoop maar welverdiend gezinstripje naar Kroatië.

M heeft nauwelijks geslapen door hevige nek- en hoofdpijn, waarschijnlijk het gevolg van haar zeldzame botaandoening in combinatie met de lange en intensieve dag gisteren. Hevig braken tot halverwege de middag. Het is lang geleden dat ik mijn geliefde zoveel pijn heb zien lijden. Massage plus paracetamol.

Op mijn laptop klap ik na vijf dagen stilte Facebook en Twitter open, en ik word overspoeld met berichten over vooral identiteitspolitiek en het klimaatdebat; ik ben bang dat men het niet snel eens zal worden. Vijf á zes artikelen lijken me de moeite waard; ik sla ze op om later te lezen. Ik tweet iets onbenulligs om mijn zichtbaarheid op Twitter te vergroten.

Tussen de braaksessies door draai ik vandaag in totaal zes wassen, en help ik zowel J als F met hun huiswerk. Volgens mij moeten badpakken niet in de droger, en hoe zat het ook alweer met die verdomde staartdelingen? De nieuwe meester van F is zij-instromer, en volgens haar niet al te bedreven in het uitleggen. Ook ergerlijk is dat kinderen op de basisschool blijkbaar niet meer geleerd wordt om, tijdens het schrijven, met de vrije hand het papier op zijn plaats te houden; wat een rommeltje. De aanwijzingen dat het onderwijs in Nederland inderdaad een aflopende zaak is stapelen zich op.

13.00u. Koffie. Schoonouders gebeld om te zeggen dat het vandaag niet gaat lukken om onze katten op te halen. Morgenavond is ook goed. Boodschappenlijstje. Strategisch inkopen nu, zodat we de komende dagen niet naar de winkel hoeven, want het wordt weer een drukke week.

Op de fiets naar de Lidl. Onderweg hoor ik een hels kabaal dat afkomstig blijkt te zijn van een bruiloftsstoet. ‘Zo te horen ben ik weer in Nederland’ denk ik voor de grap. Verderop nog meer kabaal, ditmaal afkomstig uit Het Kasteel: Sparta speelt, wat tevens het vele blauw op straat verklaart.

In de Lidl spreekt een bejaarde vrouw van Surinaamse komaf me aan met ‘schatje’ en vraagt me of ik de prijs van het Sharon fruit weet. We lachen samen; een lief momentje. Zoals meestal ben ik praktisch de enige witte in de winkel, en zoals altijd is het jonge en hardwerkende personeel uitermate vriendelijk en correct. Ze trekken zich niets aan van de spot en hoon van de gangstertjes op straat, evenmin laten ze zich van de wijs brengen door alle bagger die dagelijks in de media over hen uit wordt gestort, en dat alles voor een hongerloontje. Dubbel respect voor deze jongens en meisjes, en tragisch dat negentig procent van Nederland deze kant nooit te zien krijgt. Desalniettemin maak ik me zorgen om de segregatie; ook wij smeren hem hier zodra we het ons kunnen veroorloven.

Voor de overige boodschappen nog even naar de Albert Heijn, maar eerst ruim ik thuis de Lidl-boodschappen op. Tussendoor vraagt J me om de haverklap om hulp met zijn sommen, en peil ik hoe het met M gaat. Het voortdurend schakelen kost me moeite. Voordat ik naar de AH fiets ik eerst even langs coffeeshop Bob Marley om een voorgedraaide te halen. Ik doe dat niet vaak, maar zojuist besloten dat ik na vandaag wel een paar trekjes verdiend heb.

De AH in. Tussen de boodschappenwagentjes ligt een man kreunend op de grond. Gelukkig staan er al wat mensen om hem heen die de zaak in behandeling hebben, want ik heb daar eerlijk gezegd even geen zin in nu. ‘Epilepsie’ hoor ik een omstander zeggen, terwijl op de achtergrond Bruce Springsteen’s ‘Born in the USA’ door de winkel schalt. Onderweg naar de uitgang valt mijn blik op een krantenkop: ‘Kwetsbare ouderen wacht zorgdoolhof’. ‘Nee maar! Wat een verrassing!’, denk ik cynisch. Op de terugweg groet ik de oude Turkse man op zijn dagelijkse rondje Essenburgsingel, op zijn manier de boel in het gareel houdend.

16.oou. Weer thuis, gezin vraagt of ik het vuurwerk ook gehoord heb. In de straat achter ons is blijkbaar weer eens groot vuurwerk afgestoken, op klaarlichte dag. Geen idee door wie, maar het gebeurt wel vaker, soms ook ’s nachts. Of zijn het weleens schoten die we horen? Niemand die het weet. De buurvrouw achter ons gaat weer eens tekeer tegen haar kind; mijn vriendin heeft al diverse malen met Veilig Thuis getelefoneerd, maar de kafkaesque bureaucratie waar ze keer op keer op stuit blijkt tot nu toe een onneembare horde, en dat met het drama van het Design College -een steenworp bij ons huis vandaan- nog vers in het achterhoofd. Om mismoedig van te worden.

Opgedroogde kattenpis ontdekt, precies in de hoek van de deur, tussen de naden van de drempel in. Verdomme. Schoonmaakdoekjes in combinatie met Blue Wonder, boenen met mijn nagels. Mijn broers laat ik weten dat ik, gezien de thuissituatie, vanavond niet langs ma ga. Dubbele mantelzorg is me net iets teveel. De ouders van degene die de term ‘participatiesamenleving’ heeft bedacht, zitten waarschijnlijk ergens in een peperduur verzorgingstehuis.

18.00u. Koken: zilvervliesrijst met gewokte groente en biologische kip. M lijkt haar eetlust terug te hebben, wat een goed teken is. Gezellig met zijn allen voor de televisie, bordje op schoot. De kinderen willen Grey’s Anatomy kijken – prima, de postmoderne perikelen van het ziekenhuispersoneel zullen toch niet al teveel kwaad kunnen. In de eerste scene zijn er twee zoenende vrouwelijke artsen te zien. Op het moment dat ik mijn eerste hap wil nemen begint één van onze buren ergens te timmeren. Welke idioot doet dat nu op zondagavond? Er is eigenlijk maar één ding dat ik betreur aan de zogenaamde ‘teloorgang van onze christelijke cultuur’, en dat is het verdwijnen van de traditionele zondagsrust. Ik laat de afwas staan voor morgen.